Skip to content

Zyklop Inkasso
Deutschland GmbH

Verjaringstermijnen

1. Verjaringstermijnen

Gebruikelijke verjaringstermijn: 3 jaar (§195 Duits Burgerlijk Wetboek)
Rechten op grondstukken: 10 jaar

Na 30 jaar verjaren

  • Rechtsgeldig vastgestelde aanspraken (vonnissen, kostenvaststellingsbesluiten, kennisgevingen tot ten uitvoerlegging)
  • Aanspraken op schikkingen of oorkondes die ten uitvoer gelegd kunnen worden
  • Aanspraken die middels vaststellingen in het kader van een insolventieprocedure uitvoerbaar zijn geworden
  • Aanspraken op de overhandiging van eigendom
  • Familie- en erfrechtelijke aanspraken

Daarbuiten bestaan er talrijke uitzonderingen en speciale voorschriften, zoals bijvoorbeeld:

  • Verjaring van aanspraken op grond van mankementen binnen het kader van het kooprecht (§ 438 Duits Burgerlijk Wetboek) binnen 30 jaar, bij rechten die bij het kadaster zijn geregistreerd, binnen 5 jaar bij bouwwerken en overige binnen 2 jaar
  • Verjaring van aanspraken op grond van mankementen bij aangenomen werk (§ 634a. BGB) binnen 2 jaar bij een werkopdracht waarvan het succes is gebaseerd op de productie, onderhoud of modificatie van een zaak, binnen 5 jaar bij bouwwerken en voor het overige geldt de gebruikelijke verjaringstermijn (dus 3 jaar)
  • Verjaring van aanspraken voortvloeiende uit reisovereenkomsten (§ 651g.) binnen 2 jaar, in dit geval begint de verjaringstermijn op de dag waarop de reis volgens de overeenkomst eindigt.
  • Vergoedingsaanspraken van de verhuurder op grond van veranderingen of verslechtering van het gehuurde goed binnen 6 maanden, vanaf het tijdstip waarop het gehuurde goed aan de verhuurder wordt terug gegeven (§ 548 BGB).

2. Begin van de verjaringstermijnen

De verjaringstermijn begint met afloop van het jaar waarin de aanspraak is ontstaan en de crediteur kennis krijgt of zonder grove nalatigheid kennis had moeten krijgen van de omstandigheden die de aanspraak rechtvaardigen en de identiteit van de debiteur.

Uitzondering: bij rechtsgeldig vastgestelde aanspraken begint de verjaring bij het inwerking treden van het besluit.

3. Opschorting van de verjaring

Vertraging van de verjaring betekent dat een bepaalde periode bij de verjaring niet wordt meegeteld. De verjaring is dan quasi gestopt voor die periode. Na afloop van die periode loopt deze normaal door.

Het verjaringsverloop wordt opgeschort door o.a.

  • Het indienen van een klacht
  • Betekening van een gerechtelijk aanmaningsbevel
  • Aanmelding van de aanspraak binnen de insolventieprocedure
  • Afgifte van een aanvraag tot vergoeding van gerechtskosten
  • Onderhandelingen tussen de debiteur en de crediteur

Deze laatste opschortingsreden verdient bijzondere aandacht: indien de debiteur en de crediteur nog onderhandelen over een aanspraak, dan wordt de verjaring opgeschort tot op het moment dat een van de twee partijen weigert de onderhandelingen voort te zetten.

Belangrijk: De crediteur moet de onderhandelingen natuurlijk wel kunnen bewijzen!

4. Nieuwe aanvang van de verjaring

De verjaringstermijn begint opnieuw te lopen als de vordering erkend wordt door een

  • Aanbetaling
  • Rentebetaling
  • Garantie
  • Uitdrukkelijke verklaring van erkenning

Attentie: deze bijdrage is bedoeld om een algemeen overzicht te geven van het vanaf 01.01.2002 geldende verjaringsrecht. De details van deze materie zijn uitermate complex, hetgeen betekent dat deze informatie ruggespraak met een vakman niet kan en mag vervangen.