Beslag op bankrekeningen
Beslaglegging op bankrekeningen gebeurt eveneens via een beslagleggings- en overmakingsbesluit dat door de crediteur c.q. zijn vertegenwoordiger bij de bevoegde rechtbank wordt aangevraagd. Hierbij wordt de bank van de debiteur als derde-beslagene in aanspraak genomen. Er wordt bij zijn bank beslag gelegd op de uitbetalingsaanspraak van de debiteur.
Aangezien veel debiteuren over een girorekening beschikken en hun financiële zaken vaak via deze rekening afwikkelen, is de beslaglegging op bankrekeningen een belangrijke en vaak succesvolle vorm van beslaglegging.
Indien de debiteur onvoldoende middelen op zijn rekening heeft om aan de vordering te voldoen, zorgt hij er echter meestal wel voor dat hij met de crediteur een afbetalingsregeling treft om deze ertoe te bewegen dat hij tenminste tijdelijk zijn bankrekening niet blokkeert. Het is in het belang van de debiteur dat deze beslaglegging snel ten einde komt omdat bij een beslaglegging de SCHUFA ervan op de hoogte wordt gesteld dat hij niet kredietwaardig is. Ook heeft de bank van de debiteur het recht de zakelijke verbinding met de debiteur op te zeggen.
Een beslaglegging op bankrekeningen is kansloos in gevallen waar sprake is van aanzienlijke conservatoire beslagen of als de bank zelf reeds preferente vorderingen tegenover de debiteur heeft. Dit is vaak het geval indien de debiteur al rood staat.
Bij particulieren is het probleem vaak dat men moeilijk achter de bankverbinding van de debiteur kan komen.

