Beslag op roerend goed
Beslag op roerend goed houdt een gedwongen beslaglegging op het roerend goed van de debiteur in. Beslaglegging op roerend goed wordt op verzoek van de crediteur meestal door de deurwaarder uitgevoerd op het woon-of zakenadres van de debiteur. Het kan echter ook mogelijk zijn dat de deurwaarder beslag legt op roerende goederen op een andere plaats b.v. op een jaarmarkt waar de debiteur standhouder is.
De deurwaarder mag de woning en opslagplaatsen van de debiteur doorzoeken. Er wordt op waardevolle goederen van de debiteur beslag gelegd waarna deze te gelde worden gemaakt.
Crediteuren hebben echter vaak een verkeerde voorstelling van de goederenwaarde van de debiteur. Vaak treft de deurwaarder niets van waarde aan, enerzijds veroorzaakt door de daadwerkelijke benarde toestand van de debiteur, maar anderzijds ook door wettelijke regelingen die ten voordele van de debiteur ongepast lange vrijstelling van beslagen verlenen.

