Huiszoekingsbevel (§758a ZPO = Duits Wetboek van Strafvordering)
In principe heeft de deurwaarder het recht de woning van een debiteur te doorzoeken voor zover dit voor de tenuitvoerlegging noodzakelijk is. Ontzegt de debiteur echter de deurwaarder toegang tot zijn woning en/of kantoorruimtes, dan heeft deze een gerechtelijk huiszoekingsbevel nodig.
De crediteur, c.q. zijn vertegenwoordiger, kan een huiszoekingsbevel aanvragen bij de rechtbank van het district waarin de huiszoeking plaats vindt.
Het huiszoekingsbevel kan weggelaten worden indien door de aanvraag het succes van de huiszoeking in gevaar gebracht zou worden.
Indien de debiteur met andere personen samenwoont, moeten ook de medebewoners de huiszoeking gericht tegen de debiteur dulden, ook als daardoor hun rechten mede worden aangetast.

