Rente
Rente is een tegenprestatie voor het uitlenen van kapitaal voor bepaalde tijd.
Voor de crediteur is daarbij enkel de rente bij in gebreke stelling en de rente over de gerechtskosten van belang. Bij een geldvordering is het voor de aanspraak op rente bij in gebreke stelling noodzakelijk dat de debiteur ook daadwerkelijk in gebreke is. Ingebrekestelling is automatisch van toepassing 30 dagen nadat de rekening of een soortgelijk betalingsverzoek is verstuurd. Alleen bij aanspraken op terugkerende betalingen zoals b.v. bij huurcontracten, is er sprake van in gebreke stelling als de debiteur zijn betalingen niet op het volgens de kalender afgesproken tijdstip nakomt. De rentevoet voor dat jaar is dan vijf procent meer dan de op dat moment geldende basisrente van de Duitse Bundesbank.
De wettelijke rente bedraagt voor particulieren 5% + basisrente van de Duitse Bundesbank en voor zakenmensen 8% + basisrente. De basisrente van de Duitse Bundesbank wordt elk jaar telkens op 1.1. en 1.7. opnieuw bepaald en vastgesteld. Vanaf 1.7.2003 bedraagt de basisrente 1,22 % (was 1,97 %). Voor particulieren bedraagt de wettelijke rente voor verzuim dus 6,22 % en voor zakenmensen 9,22 %.
De regeling over de hoogte van de rentevoet is ook van toepassing op handelaren bij het afsluiten van handelscontracten. In beide gevallen gaat het echter alleen om de laagste rentevoet. Als om een of andere reden een hogere rentevoet verlangd kan worden, dan is deze van toepassing. De aanspraak op rente over gerechtskosten ontstaat op het moment dat de zaak aanhangig wordt gemaakt d.w.z. vanaf de dag dat de debiteur een gerechtelijk dwangbevel of rechtsvordering wordt toegezonden.
De renteaanspraak verjaart binnen 3 jaar. Om de termijn te kunnen uitrekenen, verwijzen wij naar de link "verjaring".

